De peuter- en kleuterjaren

Tijdens de peuter- en kleuterjaren leert je kind praten. Het uit zich met woorden en gebaren. Als de eerste woordjes lang op zich laten wachten kan je kind misschien minder goed horen. Dat komt vaak voor bij kinderen met een schisis.
De KNO-arts in het schisisteam is gespecialiseerd in keel, neus en oren en de logopedist weet alles van de spraakontwikkeling.

Je kunt meteen doorgaan naar:

Het gehoor
Oorontsteking (buisjes of afwachten)
Audiologisch onderzoek
Praten/logopedie
Spraakverbeterende operatie
Eten en drinken na een operatie
Verkoudheid
Keelpijn (amandelen)
Kindertandarts (tandverzorging)

TERUG NAAR DE TIJDLIJN

Het gehoor

Bij kinderen met een schisis is de verbinding tussen het oor en de keel vaak minder goed toegankelijk of wordt dichtgeknepen. Hoorproblemen komen daardoor regelmatig voor. Die verbinding tussen middenoor en keel heet buis van Eustachius. Die heeft twee functies. Hij zorgt voor vochtafvoer vanuit het middenoor naar de keel. En andersom zorgt hij er ook voor dat lucht vanuit de keel in het oor kan komen. Allebei is heel belangrijk om goed te kunnen horen. Als het vocht niet weg kan hoopt het zich op achter het trommelvlies. Het trommelvlies geeft de geluidstrillingen door aan de gehoorbeentjes in het middenoor. Als er vocht achter het trommelvlies zit kan het vlies niet goed meetrillen met de geluidstrillingen. En dan hoor je niet goed.

KNO-arts

De KNO-arts in het schisisteam is gespecialiseerd in keel, neus en oren. Vooral bij kinderen met een schisis is het belangrijk om te kijken of er vochtophoping achter het trommelvlies zit. Bij een gehemeltespleet heeft ook de afwijkende vorm van de mond invloed op het gehoor.

Audiologisch onderzoek

Om te meten hoe goed je kind kan horen verwijst de KNO-arts door naar de audioloog. Vaak gaat dat in overleg met de logopedist. Tijdens het onderzoek mogen jonge kinderen op schoot zitten. Er wordt gekeken of ze reageren op geluidjes van verschillende toonhoogtes. Er zijn ook andere soorten onderzoek mogelijk, afhankelijk van de leeftijd. Meestal gaat het spelenderwijs. Soms is een koptelefoon nodig. Er zijn kinderen die dat eng vinden.

De ouders van Savian vinden dat zijn gehoor iets minder geworden is. Hij krijgt een audiologisch onderzoek.

Savian (4 jaar oud) tijdens het onderzoek.

Oorontsteking

Buisjes of toch nog even wachten

Vocht dat niet weg kan zorgt naast gehoorproblemen soms ook voor oorontsteking. Bijna altijd aan beide oren bij kinderen tussen de 2 en 6 jaar. Daarna groeien ze er meestal overheen. Kinderen met een gehemeltespleet hebben extra kans op een oorontsteking. Het begint doordat zich achter het trommelvlies ontstekingsvocht met bacteriën ophoopt. Dat geeft druk op het trommelvlies en doet pijn. Je merkt dit als je kind vooral huilt als het ligt of naar zijn oor grijpt. Als het erger wordt kan het trommelvlies zelfs scheuren. Er komt dan bloed en pus uit het oor: een loopoor.
Na een paar dagen kan het weer vanzelf genezen, maar de huisarts of KNO-arts kan ook medicijnen voorschrijven. Die laten de ontsteking verdwijnen.

KNO Ooronderzoek

Als de oorontsteking steeds terug blijft komen is het soms nodig kleine buisjes in het trommelvlies te plaatsen. Die zorgen er dan voor dat er toch voldoende lucht in het middenoor en achter het trommelvlies komt. Als je kind buisjes heeft moet je oppassen met water. Het is niet de bedoeling van buitenaf vocht binnen te laten, want dat kan juist een oorontsteking veroorzaken. Zwemmen mag alleen na overleg met de KNO-arts.
Buisjes worden tegenwoordig zo min mogelijk gebruikt. Vaak gaat het probleem na een tijdje vanzelf weg en buisjes geven ook kleine littekentjes op het trommelvlies.

Praten/logopedie

Praten heeft alles met horen te maken. Kinderen horen hun ouders. Ze gaan na een tijdje de betekenis begrijpen van hun klanken en woorden. Dat willen ze nadoen. Zo leren ze communiceren met de wereld om hen heen. Als ouder vind je elk woordje dat je in het gebrabbel herkent natuurlijk een mijlpaal. Ook al is de uitspraak nog niet perfect, je verstaat je kind en begrijpt wat het bedoelt. Maar dat geldt niet altijd voor iedereen.
Spraak ontstaat in de mond en de keel. Doordat de mond en de neus van kinderen met een schisis er van binnen anders uitzien kan ook de spraak afwijken. Als tijdens het vormen van woorden lucht door de neus ontsnapt ontstaat de typische aangeblazen neusklank die kinderen met een schisis vaak hebben. Er zijn misschien ook klanken die je kind niet kan maken. Voor de P moet je je lippen goed kunnen sluiten en je moet luchtdruk opbouwen om hem goed te laten ploffen. De K wordt achter in de keel gemaakt. Als de lucht tijdens het vormen van die klanken naar de neus kan ontsnappen lukt dat niet goed.
Als ouder wen je aan de uitspraak van je kind en aan de eventueel ontbrekende klanken in de woordjes. Vaak vervangt het kind die klanken door iets anders wat er een beetje op lijkt.

Voor het praten met andere kinderen en hun ouders is een goede spraak heel belangrijk. Begeleiders in de peuterspeelzaal of de kinderopvang of later op school hebben minder tijd dan jijzelf om je kind te begrijpen. Als je naar de wc wilt, is het niet leuk om dat 3x opnieuw te moeten vragen en toch niet begrepen te worden. Als kind kan je er ook mee geplaagd worden door andere kinderen.
Het is belangrijk dat je kind goed verstaanbaar leert praten voor het naar de basisschool gaat.

Logopedie

De logopedist van het schisisteam heeft veel oefeningen waarmee een peuter spelenderwijs klanken leert. Die klanken worden daarna in woordjes gebruikt. De logopedische behandeling wordt bijna altijd gedaan door een plaatselijke logopedist in overleg met de logopedist van het schisisteam. Bij de oefeningen wordt niet de nadruk gelegd op de fouten, maar juist de vooruitgang wordt beloond.

Logopedisch onderzoek

De logopedist onderzoekt samen met de KNO arts welke belemmeringen een kind kan hebben bij het verstaanbaar spreken.
Op de pagina van de basisschoolleeftijd is meer te zien over die onderzoeken.

Logopedisch onderoek

De spraakontwikkeling van Savian

De ouders van Savian vertellen over de verschillen die ze al vroeg ontdekten en hoe dat zich ontwikkelde na de spraakverbeterende operatie.

Spraakverbeterende operatie

De KNO-arts van het schisisteam kan zien of het zachte gehemelte van je kind de juiste vorm en lengte heeft om goed te leren praten. Als het achterste deel van het gehemelte te kort en te strak is kan tijdens het praten lucht via de neus ontsnappen. Je hoort door die ontsnappende lucht een blazend bijgeluid tijdens het praten (nasale spraak). In eerste instantie zal de logopedist hieraan werken. Als dat niet voldoende helpt kan een spraakverbeterende operatie nodig zijn. Een veelgebruikte techniek daarvoor is de pharynxplastiek. Daarbij wordt een reepje slijmvlies uit het achterste deel van de keel aan het zachte gehemelte vastgemaakt. Tijdens het spreken kan het kind dankzij dit reepje slijmvlies, de doorgang naar de neus makkelijker afsluiten. De lucht kan bij het praten dan niet meer door de neus weglekken.

Vervelende operatie

De spraakverbeterende operatie helpt je kind om straks beter verstaanbaar te zijn. Dat is heel belangrijk op school en bij het spelen. Het voorkomt mogelijk later pestgedrag door andere kinderen. Ook daarna, bij studie en werk, is verstaanbaarheid heel belangrijk. Maar voor je kind is het een vervelende operatie op een leeftijd waarop je dat allemaal nog niet uit kunt leggen. Na afloop heeft je kind een zere keel. Pas de derde dag na de operatie zal het slikken minder pijnlijk zijn.
De opnameduur is vier tot zeven dagen; tot het kind weer goed kan drinken. Vaak wordt geadviseerd om tot twee weken na de operatie een dik vloeibaar dieet te volgen.

Savian kreeg een spraakverbeterende operatie

Savian bezoekt een half jaar na de operatie de logopedist van het schisisteam. De logopedist bespreekt de vooruitgang met de ouders en onderzoekt welke verbeteringen nog mogelijk zijn.

Savian bij de logopedist van het schisisteam.

Eten en drinken na een operatie

Na elke operatie aan de mond van je kind moet de wond genezen. Het is vaak nodig om een tijdje vloeibaar en/of zacht voedsel te eten. Maar wat? Het Radboud MC heeft een kookboekje gemaakt voor na de operatie. Meer dan 50 lekkere recepten en tips voor na een operatie aan mond of kaak. Het heet Masterkoekies. Je kunt het hier downloaden.

Verkoudheid

Bij kinderen met een schisis met een open lip ziet de neus er vaak wat platter en schever uit. Bij een kaak- en/of een gehemeltespleet is er een directe doorgang van de mond naar de neus. Dat kan betekenen dat eten of drinken direct doorgaat naar de neus. Rijstkorrels zijn berucht omdat ze soms ergens tussenin vast blijven zitten. De vorm van de neus is door de schisis ook van binnen anders. Vaak zit het neustussenschot scheef. Dat allemaal bij elkaar kan bij peuters (en ook later) zorgen voor neus- en oorontstekingen.
Gewone verkoudheid komt vaker voor bij kinderen met een schisis. De huisarts of KNO-arts kan advies geven en eventueel medicijnen voorschrijven. Soms kan een operatie helpen maar dat gebeurt meestal pas later als het gezicht is uitgegroeid.

Keelpijn

Neus-en keelamandelen

De amandelen hebben een functie. Ze vangen binnendringende ziekteverwekkers op en maken ze onschadelijk. Net als andere kinderen hebben kinderen met een schisis soms last van ontstoken amandelen. Als je kind daar last van heeft merk je dat bijvoorbeeld aan: keelpijn, verkoudheid, snurken, ademen met open mond, slechte adem, of oorproblemen. Soms kan een operatie nodig zijn waarbij de amandelen verwijderd worden.
Bij kinderen met een gehemeltespleet probeert de KNO-arts zo’n amandeloperatie als het even kan te vermijden. Na het verwijderen van de keelamandelen kan littekenweefsel ontstaan in het zachte gehemelte. Als de neusamandel weg is kan het zachte gehemelte niet langer aansluiten op de achterwand van de keel. Daardoor kan het kind meer nasaal gaan praten. Ook bestaat er dan meer kans dat voedsel via de neus naar buiten komt.

De kindertandarts

Tandverzorging

Zodra de tanden van een kind met schisis doorkomen is het belangrijk dat die tenminste twee keer per dag worden gepoetst. Daarnaast moeten de tanden van kinderen met een schisis goed in de gaten gehouden worden. Het is goed om je kind vanaf twee jaar te laten wennen aan de tandarts. Het glazuur van jonge kinderen is nog niet zo hard als later. Het is dus kwetsbaarder voor gaatjes. De kindertandarts in het schisisteam is gespecialiseerd in de behandeling van kinderen met een schisis. Hun gebit wordt naast de reguliere controle door de gewone tandarts nog eens extra nagekeken. De kindertandarts denkt mee over verzorging en behandeling en geeft tips en adviezen over gezonde voeding. Goed poetsen is bijvoorbeeld bij kinderen met een schisis niet altijd even makkelijk.
Gaatjes in melktanden moeten net als bij het blijvende gebit gewoon worden gevuld.

Tanden goed poetsen